| Achieng: Terugreis naar de onzekerheid | |
|
Dinsdag 8 januari 2008 We
zijn al vroeg uit de veren. Koffie zetten en de tafel dekken. Onze gasten
moeten toch nog wat kunnen eten voor ze vertrekken. Vanochtend moeten
ze niet gewekt worden. Achieng en Boniface zijn al voor zes uur op de
badkamer. Ik wek Linn en Susan. We willen op tijd vertrekken. De vlucht
Brussel-Nairobi gaat om 10.40 u. Inchecken uiterlijk 9.30 u. |
![]() |
|
|
|
![]() |
|
|
Ondertussen zijn
we op de E10 in Mechelen. De berichtgevers hebben gelijk. Ook hier is
het aanschuiven in de file. We houden het gezicht 'cool' maar beginnen
toch al wat meer naar de klok te kijken. We hebben er geen gedacht van
hoe lang deze file is, dus ook niet hoeveel tijd we zullen verspelen.
Nog steeds geen reden tot paniek. We zijn nu tussen
Hofstade en Zemst en het begint toch te kriebelen. Lea heeft tot dusver
en tegen haar gewoonte in gezwegen. "Gaan we op tijd komen?"
stelt ze nu toch de vraag die waarschijnlijk al vanaf Antwerpen op haar
lippen ligt. Het is al negen uur. Ik bel Serge met de vraag of hij weet
dat we misschien al telefonisch kunnen inchecken. Even later belt Serge
terug dat het reisbureau dat afraadt. Eens ingecheckt is dat definitief
en is er niet de mogelijkheid om de vlucht nog te verplaatsen moesten
we toch te laat komen.
|
|
![]() |
|
|
Incheckbalie 12.
De dame van SN weegt de valiezen. Eén probleem. Eén valies
weegt te zwaar. Er moet dus wat uit. De dame is vriendelijk, behulpzaam
en geduldig. Ze raadt aan om ergens een reiszak te gaan kopen. Ik op
een drafje naar de balie van SN. "Twee reiszakken graag".
"Twintig euro" is het antwoord. Ondertussen telefoon van Annemie
Giedts. Ze is onderweg, zat in de file, maar zal er binnen een kwartiertje
zijn. Terug op een drafje naar balie 12. Boniface laadt één
en ander in de reiszak. Opnieuw wordt er gewogen. Acht stuks bagage
gaan over de band, bijna 180 kilo. Alles is in orde. Ondertussen is
het 9.40 u. Om 10.00 u. wordt er ingescheept. We hebben dus nog heel
even. We moeten naar de hal tegenover de balie van SN. We nemen al snel
afscheid, vragen dat ze goed voor zichzelf zullen zorgen en dat ze geen
risico's zullen nemen. Annemie komt toegesneld. Net op tijd om iedereen
nog een knuffel te geven en goede reis te wensen. Wie doet er nu in
godsnaam een rit van Schoten naar Zaventem alleen maar om iemand een
knuffel te geven. Haar man Mark had haar gek verklaard om op dit ongezegende
uur de rit naar Zaventem te wagen. Maar het hart volgt dikwijls een
andere logica dan het verstand. |
|
![]() |
![]() |
|
Met ons gedrieën
trekken we naar de koffiebar. Lea denkt dat ze zeker 1 kilo is afgevallen
van de spanning, blijven er dus nog maar 47 over. Even wat SMS'jes verzenden
om de vrienden op de hoogte te brengen dat Achieng en co goed vertrokken
zijn. De terugreis verloopt heel wat vlotter. Nergens files. Als we thuis toekomen bedenken we dat onze Keniaanse vrienden ondertussen ook één tiende van hun reis hebben afgelegd. " Het is toch ver hé, tien uur vliegen" zegt Lea. "Maar je bent dan ook wel in hartje Afrika" is mijn antwoord. |
|
|
We komen in een leeg huis. Je zou verwachten dat alle stress van de afgelopen weken nu van je af zou vallen. Dat je in je zetel neerploft en een diepe zucht laat. Niets van dat. Lea is zo gespannen dat ze staat te trillen op haar benen. Ze gaat op zoek naar wat afleiding en begint te wassen en te kuisen. Straks komen de kleinkinderen van school. Stijn en Elke zullen er wel in slagen om hu moeke terug in haar normale doen te brengen. |
![]() |
| Zelf
heb ik om 16.30 u. nog een afspraak in de abdij van Grimbergen met enkele
leden van de Orde van het Hospitaal van Sint Jan van de Ridders van Malta
- ik weet niet of ik de naam wel volledig en juist heb. Dezelfde weg dus
als deze morgen. Ik vertrek tijdig. Ze gaan mij geen tweede keer hebben.
Maar de rit verloopt zeer vlot, zonder enig obstakel. Onderweg, hoe kan
het ook anders, zijn mijn gedachten bij Achieng en Boniface, bij Linn en
bij Susan. Terwijl zij daar ergens in de lucht boven het Afrikaanse vasteland
hangen overpeins ik wat we de afgelopen weken allemaal gedaan hebben. De
bezoeken aan scholen, verenigingen, clubs en vrienden. Vele dingen in het
kader van fondsenwerving. Maar ook zoeken naar een bredere basis, naar meer
bekendheid en aanhang, naar meer steun om ons project in Kabondo te dragen,
om onze werking duurzaam te maken voor vele, vele jaren. Om bij te kunnen
dragen aan de ontwikkeling van die gemeenschap, om kinderen een degelijke
opvoeding te geven, een betere ontwikkeling, een kans op een menswaardig
leven, een betere toekomst. Ik denk aan de plannen die we samen maakten, hoe we reeds jaren vooruit dachten, hoe alles zou moeten en kunnen evolueren. Hoe de Forever Dago Academy de maatstaf en het voorbeeld zou worden voor andere scholen en tevens een trainingscentrum zou zijn voor leraressen en leraars.Wat we zouden doen opdat de kinderen die in Hope Home opgroeiden er altijd een thuis zouden kunnen vinden. We hadden het over sanitair, pompen en zonnepanelen en containers om alles daar te krijgen. We waren optimistisch maar bleven realistisch. Af en toe durfden we zelfs dromen. "My dreams are powerfull" zei Achieng me ooit. Maar ik kon ook niet voorbij aan de gebeurtenissen van de voorbije week die een schaduw werpen over al die schitterende vooruitzichten. Die ongetwijfeld onzekerheid, twijfel, argwaan en verdeeldheid zaaien. Die doen oordelen en veroordelen. Deze gebeurtenissen kunnen aangegrepen worden om te beweren dat het allemaal geen zin heeft wat we voor deze mensen doen. Dat het boter aan de galg is. Verloren moeite. Verspild kapitaal. Dat ze het zelf verknoeien. Dat ze eerst maar eens met elkaar moeten leren leven. Zie dan eens goed toe, bekijk de beelden die via TV en andere media bij ons komen. Het zijn de kansarmen, de ongeletterden, de verschoppelingen, de radelozen, meestal jongeren zonder opvoeding of opleiding, die terreur zaaien en het recht in eigen handen nemen. Die inderdaad door hun daden op enkele dagen tijd veel meer kapot maken dan in enkele jaren kan worden opgebouwd. Deze vaststelling sterkt mij in de overtuiging dat we nog veel meer moeten inzetten op de opvoeding en de opleiding van kinderen en van jonge mensen. Degelijk onderwijs voor iedereen kan de oplossing bieden om in de toekomst dergelijke situaties te voorkomen. Het zal tijd vragen, veel tijd. Maar in tegenstelling tot vele andere zaken is er in Afrika tijd in overvloed. Ter hoogte van Zemst
waar het deze morgen spannend werd bekruipt mij een vreemd gevoel. Het
is alsof ik Achieng en haar familie achterna rijd, alsof ik hen wil volgen.
Alsof ik niet wil dat ze deze morgen vertrokken zijn. Het gesprek met de Ridders van de Orde van Sint Jan verliep in een hartelijke sfeer in het Cenakel van de pastorij van de abdij. Per uitzondering en ter gelegenheid van het nieuwe jaar werd afgeweken van de gewoonte om een Grimbergen te drinken en werd er een glaasje wijn geschonken. Zelf ongeridderd, voelde ik mij toch zeer om mijn gemak in hun gezelschap en het deed me deugd dat de Ridders met interesse luisterden naar mijn verhaal over Kabondo. Hun aanbod gaan we met ons bestuur en bij een lekkere Grimbergen zeker ernstig in overweging nemen.
|
|
| Terug thuis heb ik mij achter de computer gezet om de tijd te doden in afwachting van een berichtje uit Nairobi. Dat kwam er niet. Er zal wel een aanneembare reden voor zijn. Achieng had alles goed geregeld. Maandagavond werd met een vriend in Nairobi afgesproken dat die hen zou afhalen aan de luchthaven. "With two cars, we have a lot of luggage " zei Achieng. | ![]() |
|
Woensdag, 9 januari. In afwachting van
enig bericht uit Nairobi overloop ik de 500 e-mails die nog op mijn inbox
staan. Er zijn er nog een flink aantal waarop ik moet reageren. Er blijft
ook nog heel wat te inventariseren en op te volgen. Met het vertrek van
Achieng is het werk duidelijk nog niet ten einde. Donderdag, 10 januari. Lea had er mij gisteren
al op gewezen dat er her en der rond het huis nog bladeren in hopen waren
samen gewaaid. Ik nam mij voor om de troep op te ruimen zodra het licht
was. Ik weet dat ik er laat mee ben. Maar toch wens ik voor jullie allemaal een nieuw jaar vol van geluk, voldoening, gezondheid en een ijzersterk geloof in de goede wil van mensen. |
|
|
Frans Van Miert
|
|